Wat is IJsspeedway?
IJsspeedway
IJsspeedway is een nogal bijzondere, buitengewoon spectaculaire sport die met recht tot de extreme sporten gerekend mag worden. Het idee is heel simpel: vier motorcoureurs die keihard tegen elkaar racen op een 400-meter ijsbaan – dezelfde waar anders de schaatswedstrijden op verreden worden, maar dan met een beschermende laag strobalen of ander stootabsorberend materiaal eromheen. Om niet weg te glijden zitten er spikes in de motorbanden. Dit zorgt ervoor dat de coureurs, anders dan bij 'gewone' speedway, enorm plat door de bocht kunnen gaan. Zó plat dat ze hier speciale linkerknie- en voetbeschermers voor hebben. Vroeger werden hier gewoon stukken van buitenbanden voor gebruikt, maar nu hebben de meesten iets beter passende bescherming.
De motor
Een bijzonder kenmerk van de ijsspeedwaymotor is dat de rem volledig ontbreekt. Bovendien heeft hij maar twee versnellingen, waarvan de eerste alleen voor de start gebruikt wordt. De ijsspeedwayer heeft bijna altijd een motor van het merk Jawa, dat in Tsjechië wordt gemaakt. Dit is een 500cc viertaktmotor met één cilinder, die zo'n 55 pk produceert en methanol als brandstof gebruikt. Vóór de race wordt door een technische keuring gekeken of de motor aan alle eisen voldoet, ook omdat een redelijk groot gedeelte door de coureurs zelf in elkaar geknutseld wordt. De complete ijsspeedwaymachine mag niet minder wegen dan 110 kilo. Dit heeft op het ijs een top van ongeveer 130 km per uur als resultaat!
Het is wel duidelijk dat dit, in combinatie met de spikes die met deze snelheden als ware cirkelzagen over het ijs gaan, levensgevaarlijk kan zijn. Daarom beschikken ijsspeedwaycoureurs naast hun helm over een motorpak met veel extra protectie. Ook zitten er beschermende kappen over de wielen, maar het belangrijkste is misschien wel het 'dodemanskoord'. Dit is een touwtje dat om de pols zit van de coureur en dat aan het stuur vastgemaakt is. Daar is het verbonden met de ontsteking van de motor. Zodra de coureur het contact met zijn motor verliest, zorgt dit koordje ervoor dat de motor wordt uitgeschakeld en dat de wielen ophouden met draaien. Dus hoewel er meer ijsspeedwaycoureurs zijn met littekens (de bekende 'ritssluiting') dan zonder, is ijsspeedway niet veel gevaarlijker dan andere motorsporten.
De banden
De banden zitten dus vol met spikes: zo'n 160 in de smallere voorband en zo'n 200 in de achterband. Deze spikes zitten voor het grootste gedeelte aan de linkerkant van de banden, simpelweg omdat de motoren alleen maar linksom racen. De wereldmotorsportbond heeft een maximale lengte bepaald voor de spikes van 2,8 centimeter. Dit wordt gemeten vanaf het bevestigingsplaatje, dat zelf ongeveer 3 mm dik is. Kant-en-klare ijsspeedwaybanden zijn niet in de winkel te koop, ze worden door de coureurs en hun monteurs zelf gemaakt. De kunst is om het beste patroon van spikes in de band te zetten en iedere coureur heeft hier zijn eigen trucjes voor. En om te zorgen dat de binnenband niet lek raakt door al dat metaal, wordt er binnenin de bespikete buitenband eerst een laag stevig materiaal (liefst brandweerslang uit Rusland) gelegd.
De wedstrijd
Omdat er altijd maar vier coureurs tegelijk tegen elkaar racen, bestaat een ijsspeedwaywedstrijd eigenlijk uit allemaal kleine wedstrijdjes. Deze kleine wedstrijdjes heten 'heats' en meestal worden er 20 van verreden. Na deze 20 heats hebben alle 16 rijders elkaar een keer op de baan ontmoet. Dit systeem met 16 rijders (plus twee reserverijders) wordt het vaakst gebruikt, in ieder geval tijdens Europese en Wereldkampioenschappen.
De duur van een heat is vier rondjes, waar de coureurs ongeveer een minuut voor nodig hebben. Om de vier heats moet de baan schoongeveegd worden, want de spikes vernielen het ijs behoorlijk. Maar behalve van deze veegpauzes met grote borstel- en schuifmachines is de totale duur (meestal zo'n 2,5 uur) van een ijsspeedwaywedstrijd ook nog afhankelijk van het aantal crashes. Daar valt vooraf werkelijk niks over te zeggen: soms verloopt een hele wedstrijd zonder één enkele valpartij en soms moet een enkele heat drie keer opnieuw gestart worden. Want tenzij de coureurs in de laatste ronde gevallen zijn, wordt de heat opnieuw verreden. De coureur die gevallen was of, als die er is, de veroorzaker van de val worden dan van deelname aan de herstart van die heat uitgesloten. Zoals gezegd komen er in een heat vier coureurs aan de start. Voor de toeschouwers die wat minder bekend zijn met de 'looks' van de verschillende rijders, zijn ze te herkennen aan rugnummers en verschillende kleuren helms of helmkapjes. Bij de start, van buiten naar binnen toe bekeken, dragen de coureurs een gele, witte, blauwe en rode helm. Omdat iedere coureur per wedstrijd vijf heats rijdt, komt hij op alle plaatsen één keer te staan en op een plaats twee keer. De plaats aan de binnenkant (met de rode helm) is over het algemeen het meest geliefd.
De coureurs hebben een beperkte tijd om op het ijs te verschijnen. Op een gegeven moment gaat er een lamp branden en hebben ze nog twee minuten voor de start. Laatkomers, bijvoorbeeld door motorproblemen, worden weer teruggestuurd naar het rennerskwartier.
De puntenverdeling is eigenlijk heel simpel: degene die als eerste over de finish gaat krijgt drie punten, de volgende twee, de derde één en de laatste niets. Het komt regelmatig voor dat rijders de finish niet halen door crashes of motorproblemen: deze krijgen uiteraard ook geen punten. Zo is het maximale aantal punten dat een coureur kan halen 15. In een WK is de puntenverdeling na 20 heats (en eventuele finaleheats) echter anders: de winnaar verdient 25 punten voor de WK-stand, de tweede 20, de derde 18, de vierde 16, de vijfde 14, en verder gaat het steeds met één punt naar beneden. Nummer 16 verdient dus drie punten.
De training
Om een een kunstijsbaan voor een training tot de benodigde dikte op te vriezen zou veel te duur zijn, dus Nederlandse ijsspeedwaycoureurs wijken meestal uit naar koudere landen om te kunnen oefenen. In de maand december worden in Zweden een aantal wedstrijden gehouden die ook door veel buitenlandse coureurs als training worden gebruikt. Maar voor de echte trainingskampen moet je in Rusland zijn. Deze beginnen soms al in november, duren meestal twee weken, worden afgesloten met een westrijd en zijn behoorlijk intensief. In heel Rusland vinden zulke traininskampen plaats, van tegen het Noordelijke Oeralgebergte aan tot in Zuidwest-Siberië, en sinds een aantal jaar laten de Russen ook buitenlandse deelnemers toe.
Buiten deze trainingskampen wordt er natuurlijk door de meeste coureurs het hele jaar door aan conditie en spierkracht gewerkt door middel van fitness, motorcross, etc.
De geschiedenis
Wanneer ijsspeedway precies ontstaan is, is niet bekend. De Russen roepen uiteraard dat zij het uitgevonden hebben, en dat zou maar zo eens waar kunnen zijn. Ook de Zweden claimen in 1920 als eerste op hun vele meren te zijn gaan racen, en het klopt dat ijsspeedway in Scandinavië altijd erg populair is geweest. Het eerste verslag van een ijsspeedwaywedstrijd stamt in ieder geval uit 1925 en gaat over een wedstrijd op de Eibsee in Duitsland. Maar vanaf de vijftiger jaren wordt de sport door de Russen gedomineerd. De winnaar van het eerste Europese kampioenschap, in 1963, was dan ook een Rus. En toen er in 1966 voor het eerst een WK gehouden werd, kwam de winnaar wederom uit Rusland. Buiten de Russen is er vier keer een Zweed, twee keer een Tsjech en een keer een Fin werelkampioen geworden.
Nederland
Als één van de weinige landen organiseert Nederland elk jaar een finale voor het Wereldkampioenschap. Deze wedstrijd vindt al jaren plaats in Assen, in het tweede weekend van maart. En elk jaar komen hier vele duizenden toeschouwers op af uit binnen- en buitenland. Naast dit raceweekend organiseert men in Assen ook al enkele jaren een internationale race op de vrijdagavond vóór de WK-finale: de Roelof Thijs Bokaal. Over het algemeen komt hier de jongere garde aan de start. Hoewel de gemiddelde snelheid misschien een paar km per uur lager ligt, zijn de wedstrijden meestal minstens net zo spannend als bij het WK. Het is bovendien al vaak voorgekomen dat de coureurs die succesvol waren in de vrijdagavondrace, het daaropvolgende jaar aan de WK-finale op zaterdag en zondag in Assen meededen.
Behalve een belangrijke wedstrijd heeft Nederland ook een aantal goede ijsspeedwaycoureurs, die 's winters vele duizenden kilometers maken voor hun wedstrijden. Op dit moment beschikt Nederland over een aantal talentvolle coureurs. Johnny Tuinstra heeft zich de afgelopen jaren meerdere malen gekwalificeerd voor de WK-finales, met als beste resultaat een 13e plaats in de eindstand in 2009. Met een beetje geluk behoort René Stellingwerf binnenkort ook tot de wereldtop, want hij rijdt ieder jaar een beetje sterker en in 2010 scheelde het slechts één puntje in de kwalificaties. Jong talent is Sven Holstein, die in het seizoen 2005/2006 met behoorlijk succes zijn debuut heeft gemaakt op de ijsspeedwaymotor. In 2010 kreeg hij de Nederlandse wildcard voor de WK-finales. En sinds 2010 zijn ook Gerrit Schukken en Simon Reitsma serieus met de ijsspeedwaysport bezig. René Verhoef heeft officieel in 2008 de ijsspeedwaysport vaarwel gezegd, maar vult nog steeds af en toe team Nederland aan.
Foto's: Ian Charles




